2. doe ‘s chill

Gepubliceerd op 27 juni 2025 om 21:33

Nu, op de jonge leeftijd van 39, heeft een psycholoog dan eindelijk gezegd dat ik ervan uit mag gaan dat ik autisme heb. Ik was blij, alsof ik was geslaagd voor een hele moeilijke toets. Ik was tijdens de interviews ook een beetje nerveus. Het voelde als een examen waarvoor ik kon zakken en ik wilde zo goed en uitgebreid mogelijk antwoorden. Helder, duidelijk, volledig. Heel autistisch dus.

En 's avonds thuis in bed na het interview uiteraard nog even het volledige gesprek nagaan om te checken of ik niks was vergeten. En opschrijven als me toch nog wat te binnen schoot.

Nu we een aantal weken verder zijn, voel ik heel veel. M’n hoofd ontploft. Alle scenario’s uit mijn verleden passeren de revue. Momenten waarop ik iets niet begreep en het nu, met deze kennis, wel begrijp. De scenario’s waarin ik me anders voelde, alleen, in een megasociale setting. Waarin ik zo hard mijn best deed om normaal over te komen. Waarin ik mezelf in mijn hoofd altijd gefrustreerd toesprak: ‘Waarom kon ik niet gewoon eens CHILL doen?’

Ik kon me op dat moment zelfs inbeelden hoe ik in die situatie zou zijn als ik chill en sociaal was. Maar het lag gewoon net buiten handbereik. Als een woord dat op het puntje van je tong ligt.

WHAT HAPPENS IN PARIS..

Ik stapte een druk restaurant in Parijs binnen met mijn toenmalige partner. We zouden eigenlijk de avond met z’n tweeën doorbrengen, zoals we de uren daarvoor via WhatsApp hadden besproken. Ik was al aangekomen in het hotel en zijn tourbus had wat vertraging. Toen hij eenmaal aankwam, voelde hij toch wel de druk om de vrije avond met collega’s te besteden. Het was immers een werktrip. Ik vond het jammer. Ik had de avond graag met z'n tweeën  doorgebracht, want ik had hem weken niet gezien.

Eenmaal in het restaurant kwamen er een aantal collega’s aangelopen.

‘I’m a hugger!’ zei een collega terwijl ze me om de nek vloog.

‘Eh ja, ik niet’, ging er door m'n hoofd..

Maar goed, lachen en doorgaan. We liepen naar achteren en schoven aan bij de andere twaalf collega’s. Twaalf, honderd, zes, ik weet het eerlijk gezegd niet meer. Mijn ogen deden het niet meer zo goed van de overprikkeling. Wel zien, maar niet bewust registreren. Het waren er sowieso te veel en ik kende niemand.

Mijn lijf werd onrustig. Ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Net toen ik intern instortte, schoof de artiest voor wie iedereen daar was, met miljoenen Instagram volgers, precies naast mij aan.

Smile or die, dacht ik. Haha. Ik deed mijn uiterste best. Ik lachte, ik at mee van alles wat er op tafel lag, ik luisterde mee naar gesprekken en stond af en toe op om naar de wc te gaan. Zo dacht ik.

In werkelijkheid stond mijn gezicht strak, was mijn mimiek allesbehalve chill, kwam er geen sociaal woord uit mijn mond, sprintte ik uit mijn stoel en deed ik ademhalingsoefeningen op de wc terwijl ik met trillende handen de tranen wegveegde.

 

Klamme handen, onrustige armen, trillen, m’n stoel zat kut, niet weten waar ik naar moest kijken, niet durven te eten.

Het viel op. Ze vroegen aan m’n toenmalige partner wat er met mij was. Hij wist het niet wat 'ie moest zeggen, ik wist het ook niet.

Ik moet weg, ik kan niet weg. Wat ga ik zeggen? Dat het mentaal niet goed met me gaat? Wat betekent dat überhaupt? Buikpijn. Ik had gewoon moeten zeggen dat ik buikpijn had. Iedereen weet wat buikpijn is. Shit dus, ja, nou, dat was inderdaad een betere optie geweest dan blijven zitten.

HET WAAROM.

Elke ongemakkelijke herinnering kwam de afgelopen weken voorbij. Ik moet schrijven, anders kan ik niet meer helder nadenken, maar het is een grote brei van gedachten. Wat schrijf ik eerst? Wat is de volgorde? Wat is het belangrijkst? De oudste herinnering? Vanaf de burn-out? Ik word gek van mezelf. Begin ik daarmee?

Wat is mijn doel met dit allemaal opschrijven eigenlijk?

Ik denk vooral om een beetje rust en begrip te krijgen. Van mezelf, voor mezelf. Ik merk daarnaast dat ik mij lichter voel, blijer en een beetje energieker. Ik weet maar al te goed hoe een ontregelt zenuwstelsel voelt, volgens mij voelt mijn zenuwstelsel zich blij als ik schrijf.

Nu ik me inlees over autisme, kom ik er pas achter hoeveel vrouwen er op latere leeftijd achter komen dat ze autisme hebben. Ik gun vrouwen en meiden het om hier eerder achter te komen. En als iets wat ik hier deel daaraan bijdraagt, dan ben ik blij.

Ik deel toch al van alles online.

Ook daar heb ik al tientallen avonden gesprekken met mezelf over gehad. Is het nou wel nodig? Waarom heb ik deze behoefte? En wat zullen mensen wel niet denken?

Een vriendin zei dat het in mijn astro chart staat. En dit wetende voelt dus als een autistische goedkeuring om te blijven delen.

Daarnaast heb ik ook fijne gesprekken met mensen en heb ik zelf altijd wat aan de verhalen van anderen.

Ik begin wel met hoe ik, als persoon met een hele chille baan, toch in een burn-out ben beland.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.