IK LIG IN BED
Het is 16:00 uur ‘s middags.
De gordijnen zijn dicht en het licht is uit. Ik lig met mijn ogen dicht en mijn hoofd onder de dekens.
Het voelt altijd alsof ik in een cocon lig en even niet mee doe met de rest van de wereld.
Ik heb oordopjes in tegen het blazen van de ventilatie in huis en tegen alle andere geluiden van het leven
om vier uur ‘‘s middags.
In alle stilte vind ik rust. Al merk ik nu hoe heftig mijn oren suizen, alsof ik net van een feestje af kom.
Ik heb gewerkt. Drie uurtjes maar. En een uur totaal met de bus.
Mijn collega was aan het werk. Ze had drie klanten tijdens mijn drie uur in de zaak.
Ik had headphones op. Die had ik thuis opgedaan en niet meer af gedaan. De batterij is inmiddels leeg, maar de headphones blijven op. Het dempt altijd wat geluid.
Mijn klant gaat mee op mijn vibe. Soms kletsen we, maar vandaag ben ik stil.
Ik zeg zo min mogelijk want zinnen vormen gaat iets lastiger vandaag. Ik begon de dag al met een halfvolle batterij en ik wil niet leeg zijn voor ik klaar ben met werk.
Ik headphones op, zij oordopjes in. We spreken een signaal af voor als ik haar wat wil vragen.
Dat was fijn.
Dit is ook fijn, zo in bed liggen.
Joggingbroek aan, een dikke trui en warme sokken. Ik voel mijn koude voeten warm tintelen.
Ik lag krampachtig in een foetus houding, want ik had het koud. De stress in mijn lijf is vandaag goed voelbaar, daar hoeft kou niet bij.
Met mijn hoofd onder de dekens om vier uur ‘‘s middags.
Warm, zacht, stil, fijn.
IK ADEM DIEP IN EN UIT. En neem de dag door.
Warme lucht ‘s ochtends, een mooie lage herfstzon en dauw op het gras.
Veel auto’s en ochtend drukte, maar ik had gelukkig mijn headphones op.
Ik ga vandaag met de bus, want auto rijden lukt me niet.
Te veel focus, ik kan vandaag niet zo goed dingen registreren. Dat is wel nodig in de auto. In de bus wat minder.
Ik probeer een stuk te schrijven over de dood in de bus. Want dat speelt veel in mijn leven.
In mijn hoofd dan.
Ik vergeet even dat ik met mijzelf had afgesproken om niets te doen in de bus en ik staar naar buiten.
Ik neem de gesprekken door die ik meekreeg op werk, en ik probeer te voelen hoe ik mij voelde tijdens werk.
Ik herinner me dat ik tijdens mijn pauze merkte dat ik tegen mijn limiet zat. Maar ik moest nog een uur door.
Ik moet helemaal niks.
Maar ik wil het afmaken.
En zo kom je in een burn out, zeg ik tegen mijzelf.
Oké, even helemaal niets nu, voor 15 minuten. Even opladen, want dan lukt dat uur mij wel.
Het lukt.
Ik ben blij.
Maar ook niet. Ik ging mijn grens over, bewust.
Ik voel het opkomen in de busrit terug.
Maar nog even de hond uitlaten. Dat moet.
En dan naar bed.
En de overprikkeling in mijn lijf accepteren.
En tijdens het ontprikkelen,
nog even de hele dag doornemen.
Reactie plaatsen
Reacties